antwoord d bij het vijfde einsteintje

Het begrip massa staat heel centraal in Einsteins relativiteitstheorieën. Om te kunnen beseffen dat een voorwerp een bepaalde massa heeft, moet Louise eerst inzien dat een voorwerp er nog is ook als het is verdwenen. Zo blijft de zon ook na zijn ondergang nog bestaan, precies zoals de sterren overdag nog bestaan, ook al zie je ze niet.
Wanneer ontstaan de eerste vormen van dat inzicht bij Louise en hoe komen ze tot uiting?


d. Dat inzicht ontstaat rond achttien maanden. Dan rent ze bij oma, bij wie ze elke week op bezoek komt en van wie ze dan steeds een dropje uit de droppot krijgt, meteen naar de kamer waar de droppot staat.

Dat Louise ook na een week kennelijk nog weet waar de droppot staat, duidt er zeker op dat ze beseft dat de droppot tijdens haar afwezigheid voortbestaat. Dit besef, dat ten minste een week in haar geheugen blijft, is echter niet de eerste vorm van het algemene inzicht dat iets dat verdwijnt nog blijft voortbestaan.
Dit antwoord is dus niet juist. Terug naar het vijfde einsteintje: één van de antwoorden a, b en c is wel het juiste.

Zie verder Ewald Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, paragraaf 7.2 (ruimtelijke mentale beelden); het zesde einsteintje gaat over mentale beelden in het algemeen; klik hier.