antwoord c bij de tweede vraag

Eerste woordjes

Margot van 18 maanden vertoont allerlei gedragingen die erop wijzen dat ze op het punt staat te beginnen met praten: jaknikken, neeschudden, gebaren voor ‘weg’ en ‘op’, poppen voeren en laten slapen, rennen zonder zwabberende armpjes. Toch blijft ze met 'Uh, uh' naar dingen wijzen. Wat kun je doen om haar ‘échte’ woordjes te laten uitspreken?


c. Als ze niet ongeduldig, moe of huilerig is, doe je even alsof je niet begrijpt wat ze bedoelt en vraag je bij andere dingen 'Wil je de pop?' en 'Bedoel je het paardje?'. Uiteindelijk zeg je: 'Oh, je wilt je beker!'.

Dit antwoord is juist. Op deze manier maak je Margot allereerst duidelijk dat je ook op een andere manier kunt communiceren dan met wijzen en 'Uh, uh'. Verder laat je ook dingen zien die ze op dat moment niet wil en vertel je hoe ze heten.
Gedragingen als het in de vraag genoemde jaknikken, vallen net als woorden in de categorie ‘mentale beelden’. Op grond van die andere ‘mentale beelden’ weet je zeker dat ze inderdaad aan haar eerste woordjes toe is.
Terug naar de tweede vraag als je ook de toelichtingen bij de onjuiste antwoorden a en b wilt lezen.
Klik hier als je naar de andere vragen van de Opvoedingsquiz wilt.

Zie verder Ewald Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, paragraaf 6.1 (sociaal wijzen) en paragraaf 7.1 (woorden in de zin van arbitraire taaltekens).