antwoord c bij de zevende vraag

Nare dromen

Vroeg of laat krijgt je kind een nare droom. Rond wanneer is dat en wat doe je eraan?


c. Rond 3,5 jaar. De nare droomfiguren wegjagen.

Dit antwoord is juist. In fase 11 van de psychologische ontwikkeling (tussen 3 jaar en 3 jaar en 9 maanden) plaatst het kind de bron van zijn gevoelsleven niet in zichzelf maar in de buitenwereld. We zeggen dat het kind zijn gevoelens dan als aandoeningen opvat: de buitenwereld zou hem als welkome (bij positief gekleurde gevoelens) dan wel als ongenode (bij negatief gekleurde gevoelens als in een nare droom) gast iets aandoen - het zou geen gevoelens hebben, maar gevoelens zouden hem overkomen.
Twee zaken moet je vermijden: het idee versterken dat er iets naars in de buitenwereld aan de hand zou zijn en aantonen dat er echt niets naars in zijn slaapkamer zit. Dat eerste spreekt bij elk weldenkend mens voor zich, maar wat al te realistisch ingestelde mensen zouden dat tweede kunnen doen, terwijl hun kind zich daarmee niet begrepen voelt (hij plaatst dat griezelige beest of die enge man of vrouw nu juist wel in de buitenwereld) en jouw demonstraties dat het veilig is, zijn wantrouwen versterken in plaats van wegnemen.
Terug naar de zevende vraag als je ook de toelichtingen bij de onjuiste antwoorden a en b wilt lezen.
Klik hier als je naar de andere vragen van de Opvoedingsquiz wilt.

Zie verder Ewald Vervaet, Strukturalistische verkenningen in kennisleer en persoonlijkheidsleer, Amsterdam, Vervaet, 1986 (proefschrift Universiteit van Amsterdam), 34.1 (aandoeningen).