antwoord c bij de vijfde doordenker
Lars van bijna 6 is voorlijk met lezen van cijfers (en letters). Daarom weet hij dat ’9:00’ op een digitale klok voor ‘negen uur’ staat en dat hij dan op zondagmorgen in de slaapkamer van zijn uitslapende ouders mag komen.
Heeft Lars hulp van zijn digitale kloklezen bij het leren kloklezen van een klok met wijzers?
c. Ja, want het idee ‘tijd’ beheerst hij dan al een beetje en dat helpt hem bij het aflezen van de tijd bij een klok met wijzers.
Tijdbesef is wat anders dan het kloklezen van een digitale of wijzerklok. Aan beide vormen van kloklezen zit immers een ruimtelijk aspect (de cijfers als ruimtelijke figuren; de standen van de wijzers), maar tijdbesef speelt zich geheel op denkvlak af.
Iets anders is dat de ontwikkeling van tijdbesef en die van beide vormen van kloklezen dezelfde fasen doorlopen. Bijvoorbeeld, in de kleuterfase (4,5-6,5 jaar) kan Lars leren in welke volgorde hij, zijn ouders en nog enkele belangrijke personen in zijn leven, jarig zijn, maar pas in de eerste schoolfase (6,5-8,5 jaar) kan hij de data van hun verjaardagen leren.
Dit antwoord is dus niet juist. Terug naar de vijfde doordenker.
Zie verder Ewald Vervaet, Naar school; psychologie van 3 tot 8, paragraaf 3.11 (tijdbesef in fase 13) en paragraaf 4.10 (tijdbesef in fase 14).