antwoord d bij de eerste doordenker

De ouders van Ruud van twee maanden hebben wel eens gelezen over het masseren van zuigelingen. Ze vragen zich af of ze het zullen doen of niet.
Wat zou je hen aanraden?


d. Je raadt Ruuds ouders aan hun kind van twee maanden geregeld te masseren. Dat is goed, zowel voor het contact van zijn ouders met hem als voor het positieve ervaren van zijn eigen lichaam.

Dit is het juiste antwoord. Masseren is inderdaad goed voor het contact tussen de ouders met Ruud, vooropgesteld dat de massage juist wordt verstaan en uitgevoerd: babymassage is geen miniatuuruitgave van het therapeutische masseren van een volwassene. In babymassage dient het aanraken in al zijn vormen centraal te staan, en wel met het oog op het voelen door het kind van zijn huid: strelen, enkele seconden op één plek wrijven, inwrijven met olie en dergelijke. De reden dat dit masseren goed is voor het contact van Ruuds ouders met hun kind is dat er met zijn geboorte een betrekkelijke vreemdeling in hun leven is gekomen, die ook nog eens heel nadrukkelijk hun voortdurende zorg en aandacht vergt op zijn en niet op hun momenten. Iets met hem kunnen doen op hun initiatief is daarom geboden, maar wat? Met hem spelen is er nog niet bij. Zelfs geluiden met hem maken beperkt zich nog tot het imiteren van zijn geluiden, die hij dan weer imiteert. Het gaat daarbij alleen om klinkers als 'a', 'æ' (als in het Engelse 'have' en 'bad'), 'o', 'uh' en dergelijke - dat is het zogeheten vocaliseren. Het masseren behoort tot de mogelijkheden waarbij het initiatief bij de ouders ligt. Nogmaals, voor Ruud is het in orde en voor zijn ouders is het een manier om van intensief contact met hem te maken en hem helemaal te leren kennen, in zijn lichaamsbouw en in zijn manier van reageren.
Wat Ruuds ervaring van zijn lichaam betreft, tussen één en vier maanden is die van dien aard dat hij gemasseerd worden als iets positiefs ervaart, uiteraard vooropgesteld dat het goed gedaan wordt. Zijn zelfervaring staat dan op het niveau van 'wel weten dat hij zelf iets moet doen als hij een bepaald effect wil handhaven, maar niet precies weten wat'. Een voorbeeld daarvan is het blijven knijpen dat rond één maand begint. Zo ligt Ruud sedert vier weken geregeld in een doekje of stokje te knijpen zodra dat tegen zijn vingers komt. Hij denkt er dan evenwel nog niet aan om ernaar te kijken - dat zal hij pas vanaf een maand of vier doen. Daarom kunnen we veilig stellen dat hij zijn ogen en zijn handen nog niet met elkaar in verband kan brengen. Dat geldt ook voor vingers en oren, voor vingers en smaak, enzovoort. Kortom, in het blijven knijpen in iets ervaart hij wel dat hij daar enige moeite voor moet doen (namelijk door er zijn vingerspieren om geklemd te houden), maar omdat hij zintuiglijk, motorisch of anderszins geen enkele mogelijkheid heeft om te beoordelen welk aandeel de buitenwereld aan een knijptafereel heeft en welk aandeel zijn eigen spieren en zintuigen daaraan hebben, maakt hij nog geen onderscheid tussen zichzelf en zijn omgeving. Hij ervaart zich als ondergedompeld in de werkingen van zijn zintuigen en spieren enerzijds en de kijk-, hoor-, tast- en andere taferelen rondom hem anderzijds.
Tegelijk met het kunnen 'blijven knijpen in', vocaliseren, 'staren naar' en dergelijke ontstaat de eerste psychologische betrokkenheid van het kind bij dit alles: het ontwikkelt er graagtes en naarheden bij. Zolang Ruud op een stokje blijft knijpen, is dat een graagte voor hem. Maar wanneer het uit zijn knuistje valt of iemand het eruit haalt terwijl hij nog niet verzadigd is, vindt hij dat een naarheid en zal hij het op een huilen zetten. Zijn graagtes en naarheden zijn voorlopig dus nog erg aan het moment gebonden. Zo is het ook voor de meeste kinderen een graagte om gemasseerd te worden. Dat zullen ze niet snel naar vinden, omdat het masseren op steeds andere delen van hun lichaam geschiedt - per lichaamsdeel zullen ze daarom niet snel verzadigd zijn. Bij dit alles is het van belang zoveel mogelijk van schouders naar handen en van heupen naar voeten te strijken omdat de haarinplant zo loopt, wat een evolutionaire rest is in verband met het laten afvloeien van regendruppels.
Het heeft niet zoveel zin met masseren te beginnen vóór één maand. Dan staan de vrije zenuwuiteinden in Ruuds huid die verband houden met de tastzin enerzijds en de spieren in zijn huid anderzijds nog los van elkaar. Hij kan dan de massagebewegingen van zijn ouders slechts passief ondergaan zonder er met die spieren in mee te gaan.
Terug naar de eerste doordenker als je de toelichtingen bij de onjuiste antwoorden wilt lezen.
Klik hier als je naar de andere zes doordenkers wilt.

Zie verder E. Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, 1.5 (evolutionaire resten), 2.1 (blijven knijpen in; staren naar), 2.2 (graagtes en naarheden; ondergedompeld zijn in werkingen en taferelen), 2.4 (vocaliseren) en 2.6 (hechting van de ouders aan hun kind).
Zie ook J. Woodfield, Babymassage; wat je zelf kunt doen voor het welzijn van je kind.


ooooo=ooooo

Praktische verzorgingstips van Joyce Honing en Petra Weeda

Als je baby, net als Ruud, een paar maanden oud is, begint hij misschien net een beetje te ontwaken voor zijn omgeving. Het zijn vooral zijn zintuigen die hem in staat stellen gaandeweg ook dat hij iets te weten te komen over zichzelf, althans over zijn eigen lijfje. Twee zintuigen die vanaf de geboorte een grote rol spelen bij die 'ontdekkingstocht' zijn de tastzin en de levenszin. Als je je baby behoedzaam masseert, verzorg je eigenlijk ongemerkt de tastzin die zich uitstrekt over de hele lichaamshuid. Iedere keer als jouw handen zijn lijfje aanraken, maak je hem vertrouwd met de begrenzing van dat lijfje.
Dat gebeurt trouwens niet alleen als je masseert, maar ook als je met zijn handjes, voetjes en teentjes speelt of zacht over zijn buikje streelt. Als de aanrakingen liefdevol zijn en passen bij het prille bestaan van de baby, dan zal de tastzin zich harmonieus ontwikkelen en je baby een gevoel van veiligheid en geborgenheid geven. Bovendien kun je tijdens een massage met je handen het lichaam van je baby heel goed leren waarnemen. Je zult steeds beter in staat zijn te registreren hoe de warmte in zijn lichaam is opgebouwd. Je voelt of zijn handjes gezond koel zijn (dat zijn ze als ze door de aanraking van jouw warme hand meteen warmer worden) of dat ze erg koud zijn en dat ook lang blijven als je ze probeert op te warmen. Als dat laatste aan de orde is, let dan eens op de temperatuur van zijn rug. Vaak is het bovenste gedeelte van de rug dan heel erg warm en de huid rozerood gekleurd en de onderrug vlak boven de billen juist koud en wat gelig/wittig van kleur. Als je dat merkt, helpt het niet veel om de handjes op te warmen. Je kunt dan beter eerst proberen de warmte van de bovenrug terug te brengen naar de onderrug door met je handen van bovenaf naar de billetjes te strijken. Zo breng je de warmte terug naar het gebied van de stofwisseling vanwaar hij naar het hele lijfje uit kan stralen. Je zult merken dat de handjes en voetjes van de baby dan vanzelf warm worden.
Natuurlijk kun je ook de voetjes nog masseren met een verwarmende olie als Calendula Babyolie. Door aandacht aan zijn warmteregulering te schenken oefen je niet alleen je eigen waarnemingvermogen naar je kind, maar je verzorgt ook zijn levenszin. Als je baby zich prettig en rozig voelt, ontluikt de levenszin. Zodra die situatie van welbehagen wordt verstoord, bijvoorbeeld door honger of kou, zal de levenszin dat registreren. Door te gaan huilen laat je baby weten dat zijn gevoel van welbevinden is verstoord. Als ouder heb je dan de instrumenten in handen om dat gevoel van veiligheid en welbehagen weer te herstellen.
Nog een tip: een baby verliest bij het uitkleden snel zijn lichaamswarmte. Zorg ervoor dat de ruimte waar je de baby gaat masseren behaaglijk warm is. Probeer je daarbij niet op je eigen warmtegevoel te oriënteren, maar op het warmtezintuig van de baby, want dat is nog niet zo goed in staat tot temperatuuraanpassing als dat van jou.

Voor meer informatie over de zintuigen zie ook: Petra Weeda's Puur Kind babydagboek.

Terug naar de eerste doordenker als je de toelichtingen bij de onjuiste antwoorden wilt lezen.
Klik hier als je naar de andere zes doordenkers wilt.