antwoord d bij de vierde doordenker
Sabine kijkt vanaf haar dertiende maand aandachtig naar de afbeeldingen in een prentenboek. Aanvankelijk krijgt ze een prentenboek alleen maar op een klungelige manier open. Pas vanaf een maand of zestien doet ze dat gericht en meteen goed.
Heb je enig idee wat Sabine tussen dertien en zestien maanden zoal doet tijdens haar pogingen een boek open te maken? En waarom verandert dat na een maand of drie?
d. Ze plukt en pulkt aan de rug van het boek omdat ze die als een opening opvat. Dit verandert zodra ze begrijpt dat een boek uit laagjes (namelijk bladzijdes) bestaat en dat de omslagen samen – in plaats van de rug in z’n eentje – de opening naar de bladzijdes vormen.
Dit is niet het juiste antwoord. Bijna geen enkel kind plukt en pulkt aan de rug van een boek om het te openen. Zelfs als kinderen begrijpen dat iets open kan, zo vanaf een maand of acht (zie bijvoorbeeld twee handen voor iemands ogen bij bepaalde vormen van kiekeboe), proberen ze niet of nauwelijks die rug te openen. Dat een boek open kan door de omslagen van elkaar te verwijderen, weet een kind al eerder dan met vijftien, zestien maanden. Sabine bijvoorbeeld weet dat al met dertien maanden. Dan probeert ze anderen die ze een boek heeft zien openen, te imiteren voor wat betreft het opslaan van een omslag. Dat ze dan nog klungelt en een boek alleen bij wijze van toevalstreffer open krijgt, heeft een andere dan de hier genoemde reden.
Terug naar de vierde doordenker.Zie verder E. Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, 4.5 (kiekeboe).