vijfde doordenker
Tegen de muur van de huiskamer staat een spiegel van één bij drie meter. Vanaf een maand of acht reageert Joost vaak op wat ie in de spiegel ziet.
Wat doet Joost zoal vóór de spiegel? Duiden zijn reacties op zelfherkenning?
a. Vanaf acht maanden glimlacht hij geregeld tegen het spiegelbeeld. Dat duidt op zelfherkenning want hij vindt het grappig zichzelf zo te zien. Daar pleit voor dat hij zijn spiegelbeeld ook kusjes geeft, namelijk als imitatie van het feit dat zijn ouders hem vaak kussen. Klik hier.
b. Vanaf een maand of vijftien wijst hij geregeld naar zijn spiegelbeeld als hij zich daar met iemand anders voor bevindt. Terwijl hij de ander aankijkt, wijst hij naar zijn spiegelbeeld alsof hij wil zeggen: ‘Kijk eens: dat ben ik’. Dat duidt dus op zelfherkenning. Klik hier.
c. Vanaf een maand of achttien maakt hij geregeld grimassen vóór de spiegel en lacht hij om zichzelf. Dat duidt op zelfherkenning want hij beschikt nu als het ware over een ‘geestesoog’ en daarmee ziet hij een beeld van zichzelf dat hij kan vergelijken met het beeld dat hij in de spiegel ziet. Klik hier.
d. Vanaf tweeëntwintig maanden benoemt Joost zichzelf als ‘Joof’. Dit taalvermogen stelt hem in staat zichzelf te herkennen én die zelfherkenning te benoemen. Klik hier.
Klik hier als je naar de andere zes doordenkers wilt
Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan