zesde doordenker
Sedert Gerda eenentwintig maanden is, attendeert ze er haar ouders geregeld op dat ze in haar luier heeft geplast of gepoept, doorgaans door ‘poept’ (voor ‘gepoept) of ‘lasje daan’ (voor ‘plasje gedaan’) te zeggen.
Waar heeft dit attenderen mee te maken?
a. Vanaf een maand of eenentwintig heeft een kind voldoende besef van het verleden. Gerda kan dan dus ook begrijpen dat ze in haar luier heeft gepoept en/of geplast en daar uiting aan geven. Klik hier.
b. Vanaf eenentwintig maanden gebruikt Gerda haar voornaam: ‘Gedda hebbe’ en ‘Gedda paadje’ (voor het latere ‘Dat wil Gerda hebben’ en ‘Dit is Gerda’s paardje’). Door dit grotere zelfbewustzijn beseft ze ook beter wat er aan of met haar lichaam gebeurt, bijvoorbeeld dat ze een grote of kleine boodschap heeft gedaan. Klik hier.
c. Kort vóór haar tweede verjaardag gaat Gerda toestandveranderingen onderkennen: ‘pot’ (voor ‘kapot’) bij een bladzijde waar ze net aan heeft gescheurd en ‘effe leze’ (als ze in een prentenboek begint te ‘lezen’). Om dezelfde reden krijgt ze nu ook in de gaten dat ze eerst droog was en nu nat of dat haar luier eerst leeg was en nu gevuld. Klik hier.
d. Al enkele maanden wil Gerda je in alles nadoen: als jij stof zuigt, wil zij met het reservedeel van de slang spelen; als jij de meubels verzet, gaat zij tegen stoelen duwen. En zo wil ze zindelijk worden, omdat jij geregeld naar het toilet gaat - ze begrijpt inmiddels wat je daar doet. Klik hier.
Klik hier als je naar de andere zes doordenkers wilt
Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan