zevende doordenker
Ooit zal Victor weten dat hij een jongetje is en dat andere kinderen een jongetje of een meisje zijn.
Vanaf wanneer weet hij dat? En waaruit blijkt dat?
a. Vanaf een maand of tweeëntwintig. Dan meldt hij met ‘Ikko lasse’ (Victor plassen) dat hij in zijn luier heeft geplast. Mede daarom is hij geïnteresseerd in de verrichtingen van andere kinderen vóór, op en na het potje en daarmee ook in de lichaamsdelen die ze op het potje gebruiken. Klik hier.
b. Vanaf zesentwintig maanden. Voordien noemde hij iedereen die hem verzorgde ‘mama’, ook als dat een man was, maar nu duidt hij alleen zijn moeder nog zo aan. Klik hier.
c. Vanaf eenendertig maanden. Dan begint hij mannen en jongens als ‘hij’ en vrouwen en meisjes als ‘zij’ te benoemen – voordien duidde hij iedereen met ‘hij’ aan. Klik hier.
d. Vanaf zesendertig maanden. Hij weet nu wat van wie is en dus ook dat jongens en mannen uitwendige lichaamsdelen hebben die meisjes en vrouwen niet hebben, en omgekeerd. Klik hier.
Klik hier als je naar de andere zes doordenkers wilt
Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan