antwoord d bij het eerste vraagstukje

Vroeger werd een pasgeboren kind in doeken gewikkeld. Dat is het inbakeren. Tegenwoordig gebeurt dat weer wat vaker, onder meer bij de pasgeboren Paul.
Waar is het inbakeren van Paul goed voor?


d. Een pasgeborene is geneigd allerlei dingen te pakken en in z’n mond te steken. Door ook Pauls armen in te bakeren, kan ie zichzelf geen schade toebrengen. Hij weet immers nog onvoldoende wat eetbaar is en wat niet.

Dit is zeker niet waar. Een pasgeborene pakt in het geheel nog niet naar dingen, laat staan dat Paul ze in z’n mond steekt. Pas vanaf een maand of vier grijpt een kind naar dingen binnen handbereik, om ze inderdaad doorgaans in z’n mond te steken.
Nog heel lang zal Paul niet weten wat eetbaar is en wat giftig. Z’n ouders doen er daarom verstandig aan om flessen, pakken en dergelijke uit z’n buurt te houden, als er de aanbeveling op staat dat de inhoud schadelijk is voor kinderen.
Dit antwoord is dus niet juist. Terug naar het eerste vraagstukje.

Zie verder Ewald Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, paragraaf 3.1 (grijpen).