antwoord d bij het derde vraagstukje
Tante Saar vraagt zich af of ze Tjark voor z’n eerste verjaardag een prentenboek zal geven.
Wat pleit daar volgens jou voor en wat tegen?
d. Saar kan Tjark nu gerust een prentenboek geven, want zij vindt het prettig om aan hem voor te lezen en hij vindt het leuk om samen met haar naar de prenten in zo’n boek te kijken.
Saar kan haar neefje altijd een prentenboek geven – daar is nooit wat mee mis. De vraag is alleen: wat heeft hij er in welke fase van zijn ontwikkeling aan? Zie de andere drie toelichtingen.
Dat Saar het prettig vindt aan Tjark voor te lezen, is meegenomen – in de plaats van Tjarks ouders zou ik daar dankbaar gebruik van maken als ie aan voorlezen toe is. Voorlopig is ie dat nog niet. Voor het volgen van een verhaallijn bijvoorbeeld moet een kind besef hebben van het recente verleden: wat nu verteld wordt, moet het in verband kunnen brengen met wat een minuut geleden werd verteld.
Sommige kinderen vinden voorlezen en vertellen eerder ook al leuk. Tjark is daar een voorbeeld van. Met name tante Saar ziet en hoort ie graag vertellen en voorlezen. Ze trekt daar interessante gezichten bij (om verbazing bij het verhaal uit te drukken), slaat grappige intonaties aan (wanneer ze de woorden van een grote beer aanhaalt praat ze heel anders dan wanneer ze die van een vogeltje aanhaalt) en voert er grappige handelingen bij uit (zoals met de vingers over Tjarks arm lopen om het trippelen van een muis na te doen).
Dit antwoord is dus niet juist. Terug naar het derde vraagstukje.Zie verder Ewald Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, paragraaf 9.1 (recente verleden).