vierde vraagstukje
Sylvia van vijftien maanden wijst sinds kort naar allerlei dingen in de woonkamer en wacht daarbij tot u zegt hoe het aangewezene heet: ‘lamp’, ‘boekenkast’, ‘ficus’, ‘radiator’. Ze wijst ook bijna altijd naar dezelfde dingen.
Waarom doet Sylvia dit allemaal?
a. Sylvia oefent op die manier woorden als ‘lamp’, ‘boekenkast’ en dergelijke. Dat ze met de dingen in haar directe omgeving begint is geen algemeen ontwikkelingspsychologisch verschijnsel maar een gevolg van haar hoog IQ. Klik hier.
b. Haar gevoel voor humor, dat vanaf acht maanden is ontstaan, is verder ontwikkeld. Ze kan anderen nu voor de gek houden, in dit geval door te doen alsof ze niet weet hoe die alledaagse dingen heten. Klik hier.
c. Vanaf vijftien maanden kan een kind door te wijzen twee punten in z’n omgeving met elkaar verbinden. Dat doet Sylvia onder meer door in een vaste volgorde naar voorwerpen in de kamer te wijzen. Klik hier.
d. Hoewel Sylvia uiteraard al vanaf haar eerste levensdag hulp heeft gekregen van anderen, vooral van haar moeder, weet ze pas vanaf vijftien maanden wat hulp is. Daar maakt ze nu gebruik van door met behulp van uw antwoorden er achter te komen hoe wat heet. Klik hier.
Klik hier als je naar de andere zeven vraagstukjes wilt
Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan