antwoord d bij het vierde vraagstukje
Sylvia van vijftien maanden wijst sinds kort naar allerlei dingen in de woonkamer en wacht daarbij tot u zegt hoe het aangewezene heet: ‘lamp’, ‘boekenkast’, ‘ficus’, ‘radiator’. Ze wijst ook bijna altijd naar dezelfde dingen.
Waarom doet Sylvia dit allemaal?
d. Hoewel Sylvia uiteraard al vanaf haar eerste levensdag hulp heeft gekregen van anderen, vooral van haar moeder, weet ze pas vanaf vijftien maanden wat hulp is. Daar maakt ze nu gebruik van door met behulp van uw antwoorden er achter te komen hoe wat heet.
Op zich is het juist dat Sylvia pas vanaf een maand of vijftien weet wat hulp inwinnen is. Ze moet dan namelijk twee zaken in haar omgeving met elkaar in verband brengen: datgene waarbij ze iets niet kan, en jou van wie ze verwacht dat jij het wel kunt. Dat kan ze vanaf vijftien maanden.
Iets anders is of ze het inwinnen van hulp gebruikt om erachter te komen hoe iets heet. Als dat zo zou zijn, zou ze de woorden ‘lamp’, ‘boekenkast’ en dergelijke zelf ook al vanaf vijftien maanden gebruiken. Dat en waarom dat niet het geval is, kun je bij één van de andere antwoorden uitvoerig lezen.
Dit antwoord is dus niet juist. Terug naar het vierde vraagstukje.Zie verder Ewald Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, paragraaf 6.1 (hulp inwinnen).