vijfde vraagstukje
Alles wijst erop dat Jos zich vanaf een maand of achttien in een spiegel herkent. Als z’n ouders hem bijvoorbeeld een wortel geven, gaat ie die vóór de spiegel staan opeten en doet ie geregeld z’n mond open om via de spiegel naar de inhoud te kijken. Rond diezelfde tijd leert ie ook enkele namen, onder andere van kinderen en familieleden die ie vaak ziet. Z’n eigen naam zit daar ook met twintig maanden nog niet bij.
Z’n ouders proberen hem met behulp van een spiegel bij te brengen dat ie Jos heet. Kan dat?
a. Natuurlijk kan dat! Jos herkent zich in de spiegel en kan zich namen eigen maken – dus ook z’n eigen naam Jos. Klik hier.
b. Het kan en het is zelfs aan te bevelen om hem via een spiegel te leren dat ie Jos heet. Hij krijgt dan namelijk van twee kanten te horen dat ie zo heet: van z’n vader of moeder en van diens spiegelbeeld. Bovendien versterkt dit z’n vertrouwen in z’n vermoeden dat ie echt Jos heet. Klik hier.
c. Misschien kan het wel, maar het is beter het toch maar niet te doen. De kans is groot dat Jos gaat denken dat de spiegel weet dat ie Jos heet. Dat maakt hem onnodig bang voor spiegels. Klik hier.
d. Nee, dat kan niet. Hooguit denkt ie dat z’n spiegelbeeld Jos heet. Klik hier.
Klik hier als je naar de andere zeven vraagstukjes wilt
Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan