zesde vraagstukje
Eva wordt binnenkort twee. Omdat ze gek is op paarden denken haar ouders erover om haar een speelgoedpaardje te geven waar een koetsje achter bevestigd kan worden door een haakje aan de voorkant van de koets in een oogje te steken, dat aan de achterpoten van het paardje zit.
Hoe kijk je tegen zo’n kado aan?
a. Je zou Eva’s ouders zo’n kado afraden. Misschien zal ze er wel een tijdje zoet mee spelen, maar uiteindelijk vervormt een paard met een oogje aan z’n achterpoten haar beeld van een paard. Zulke paarden bestaan immers niet. Klik hier.
b. Aan een paard-en-koets-stelletje was Eva al toe met twaalf, dertien maanden toen ze in de gaten kreeg dat ze iets waar een touwtje aan zit, met dat touwtje naar zich toe kan trekken. Dat ze dat koetsje vooruit kan trekken weet ze dus al lang, of dat nu met een touwtje of met een paardje gebeurt maakt eigenlijk niets uit. Haar toch zo’n kado geven is een vorm van infantiliseren. Klik hier.
c. Een paardje met koetsje lijkt je een goed idee want daar is Eva rond haar tweede verjaardag precies aan toe. Dan leert een kind namelijk twee dingen met elkaar te bevestigen, bijvoorbeeld met een haakje door een oogje. Klik hier.
d. Aan zo’n kado heeft Eva voorlopig niets. Aan paardje-en-koetsje spelen is ze pas toe als ze vadertje-en-moedertje en dergelijke speelt. Dat duurt nog tot ze viereneenhalf is. Klik hier.
Klik hier als je naar de andere zeven vraagstukjes wilt
Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan