Acht vraagstukjes over ukkepukjes
Hoe leert het kleine kind tot een jaar of drie z’n hersentjes steeds beter te gebruiken en hoe kun je, daarmee rekening houdend, als opvoed(st)er je hersens gebruiken?
De Acht vraagstukjes over ukkepukjes waren er voor het eerst van 20 tot met 27 oktober 2004 in het kader van de Wetenschapsweek 2004. Die had als thema 'Gebruik je hersens!’.
Hieronder zie je de acht vraagstukjes. Door op 'hier' eronder te klikken zie je per vraagstukje vier antwoordmogelijkheden waarvan er slechts één juist is. Je kunt op een antwoordmogelijk klikken om te zien of die juist of onjuist is, en waarom.
eerste vraagstukje
Vroeger werd een pasgeboren kind in doeken gewikkeld. Dat is het inbakeren. Tegenwoordig gebeurt dat weer wat vaker, onder meer bij de pasgeboren Paul. Waar is het inbakeren van Paul goed voor?
klik hier voor het eerste vraagstukje
tweede vraagstukje
Maja’s ouders houden erg van vakantie en reizen. Daarom willen ze hun kind ook eens een weekje in een andere omgeving laten zijn. Als Maja negen maanden is, gaat ze voor het eerst logeren bij opa en oma. Lijkt je dat een goed idee?
klik hier voor het tweede vraagstukje
derde vraagstukje
Tante Saar vraagt zich af of ze Tjark voor z’n eerste verjaardag een prentenboek zal geven. Wat pleit daar volgens jou voor en wat tegen?
klik hier voor het derde vraagstukje
vierde vraagstukje
Sylvia van vijftien maanden wijst sinds kort naar allerlei dingen in de woonkamer en wacht daarbij tot u zegt hoe het aangewezene heet: ‘lamp’, ‘boekenkast’, ‘ficus’, ‘radiator’. Ze wijst ook bijna altijd naar dezelfde dingen. Waarom doet Sylvia dit allemaal?
klik hier voor het vierde vraagstukje
vijfde vraagstukje
Alles wijst erop dat Jos zich vanaf een maand of achttien in een spiegel herkent. Als z’n ouders hem bijvoorbeeld een wortel geven, gaat ie die vóór de spiegel staan opeten en doet ie geregeld z’n mond open om via de spiegel naar de inhoud te kijken. Rond diezelfde tijd leert ie ook enkele namen, onder andere van kinderen en familieleden die ie vaak ziet. Z’n eigen naam zit daar ook met twintig maanden nog niet bij. Z’n ouders proberen hem met behulp van een spiegel bij te brengen dat ie Jos heet. Kan dat?
klik hier voor het vijfde vraagstukjezesde vraagstukje
Eva wordt binnenkort twee. Omdat ze gek is op paarden denken haar ouders erover om haar een speelgoedpaardje te geven waar een koetsje achter bevestigd kan worden door een haakje aan de voorkant van de koets in een oogje te steken, dat aan de achterpoten van het paardje zit. Hoe kijk je tegen zo’n kado aan?
klik hier voor het zesde vraagstukjezevende vraagstukje
Zodra Herman van zesentwintig maanden iemand ziet schrijven, tekenen of kleuren, wil ie ook een stuk papier en een potlood, pen of stift. Zou je Herman schrijfbenodigdheden geven?
klik hier voor het zevende vraagstukjeachtste vraagstukje
Anna heeft tussen vijfentwintig en dertig maanden niet alleen mannen en jongens met ‘hij’ aangeduid, maar ook vrouwen en meisjes. Pas vanaf dertig maanden gebruikt ze ‘hij’ alleen voor mannen en jongens en zegt ze ‘zij’ tegen vrouwen en meisjes. Wat zou die vertraging van ‘zij’ te betekenen kunnen hebben?
klik hier voor het achtste vraagstukje
In het dagblad De Stentor heeft een artikel gestaan over de Acht vraagstukjes over ukkepukjes en over het gebruik daarvan in het onderwijs, in dit geval op een opleiding Kinderopvang van een ROC. Klik hier voor het artikel.Klik hier als je naar de overige doordenkers wilt gaan
Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan