antwoord c bij vraag 3
Het openen van een boek, een hele klus
Sabine kijkt vanaf haar dertiende maand aandachtig naar de afbeeldingen in een prentenboek. Aanvankelijk krijgt ze een prentenboek alleen maar op een klungelige manier open. Pas vanaf een maand of zestien doet ze dat gericht en meteen goed.
Heb je enig idee wat Sabine tussen dertien en zestien maanden zoal doet tijdens haar pogingen een boek open te maken? En waarom verandert dat na een maand of drie?
c. Ze probeert voorwerpen op de omslag, zoals een doek en een deur, op te tillen of te openen omdat ze denkt dat daar afbeeldingen achter zitten. Dit verandert zodra ze beseft dat de afbeelding van een doek wat anders is dan een doek en de afbeelding van een deur wat anders dan een deur.
Vanaf een maand of acht tilt Sabine een doek op waaronder ze een voorwerp heeft zien verdwijnen. En vanaf een maand of twaalf opent ze deuren ook als ze daar niets achter heeft zien verdwijnen, omdat ze van andere situaties weet dat er wat interessants achter een deur kan zitten – en dat interessante hoeft voor haar niet persé een afbeelding te zijn.
Rond de twaalfde maand ontstaat ‘aandachtscontact’ (zie antwoord a of b). Dan – en niet pas vanaf vijftien, zestien maanden - is ze in staat het onderscheid te maken tussen het maken van fysiek contact met een doek of deur en het maken van aandachtscontact met een doek of deur.
Dit antwoord is onjuist. Maak daarom een nieuwe keuze uit a en b; terug naar vraag 3.Zie verder Ewald Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, paragraaf 4.4 (terugzoeken van een verdwenen voorwerp) en paragraaf 5.2 (aandachtscontact).