antwoord c bij vraag 6

Jongetje of meisje?

Anna heeft tussen vijfentwintig en dertig maanden niet alleen mannen en jongens met ‘hij’ aangeduid, maar ook vrouwen en meisjes. Pas vanaf dertig maanden gebruikt ze ‘hij’ alleen voor mannen en jongens en zegt ze ‘zij’ tegen vrouwen en meisjes.
Wat zou die vertraging van ‘zij’ te betekenen kunnen hebben?


c. Dit is een algemeen verschijnsel. Vóór een maand of dertig kan een kind niet sorteren en ook niet onderscheiden wie er met ‘hij’ en wie er met ‘zij’ aangeduid moet worden. Na dertig maanden kan het kind beide wel.

Dit is een algemeen verschijnsel. Vóór een maand of dertig kan een kind niet sorteren en ook niet onderscheiden wie er met ‘hij’ en wie er met ‘zij’ aangeduid moet worden. Na dertig maanden kan het kind beide wel.
Een leuk proefje: Je legt vóór Anna van zeventwintig maanden zes prentjes met op elk een vogel en zes met op elk een olifant; daarachter leg je twee witte enveloppen. Op de ene envelop leg je een vogel (voortaan de v-envelop) en op de andere een olifant (voortaan de o-envelop). Je zegt, op de v- respectievelijk o-envelop wijzend: ‘Hier moeten alle vogels; en daar moeten alle olifanten’. Anna brengt deze opdracht niet tot een goed einde, hoe vaak je deze ook herhaalt. Anna denkt zelf wel dat ze het goed gedaan heeft.
Met tweeëndertig maanden herhaal je het proefje. Deze keer legt ze de zes vogels op de v-envelop en de zes olifanten op de o-envelop. Met tweeëndertig maanden brengt Anna de twee enveloppen en wat op elk van beide ligt, wel met elkaar in verband. Zo gaat het ook met taal. Ze brengt de verzameling van personen die door anderen met ‘hij’ worden aangeduid, en de verzameling van personen die door anderen met ‘zij’ worden aangeduid, met tweeëndertig maanden wel met elkaar in verband en met zevenentwintig maanden niet.
Het goede antwoord is dus c. Omdat de toelichtingen bij de onjuiste antwoorden a en b interessate informatie bevat, is het aan te raden ook daar een kijkje te nemen - ga terug naar vraag 6.

Zie verder Vervaets boek Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, paragraaf 10.1 (sorteren) en paragraaf 10.5 (‘zij’ voor meisjes en vrouwen).