Kinderopvang, december 2002, p.33

Ontwikkeling van nul tot drie
Christien Baas-Borsje

Voortbordurend op het werk van de ontwikkelingspsycholoog J. Piaget, richt de auteur van Groeienderwijs zich vooral op de eerste drie levensjaren van het kind. Hij is tot een nieuwe indeling gekomen, die bestaat uit tien fasen. Dit doet het natuurlijk altijd goed, zo'n tien-eenheid. De meeste fasen komen me bekend voor, maar de nadruk in dit boek ligt vooral op de tweede periode, van anderhalf tot drie jaar. In deze periode wordt de basis gelegd voor de geestelijke ontwikkeling van het kind en het is ook de periode waarin de eigenlijke taalontwikkeling begint. In fase negen, tussen 26 en 31 maanden, spreekt een kind zijn eerste grammaticaal juiste zinnen. Ik moest toen ik dit las opeens aan mijn eigen docher denken, die me als tweejarige, na maandenlang niets gezegd te hebben, opeens verraste met de volgende zin: 'Ga eens opzij, ik wil erlangs'. Vanaf dat moment ging het snel met haar taalgebruik. En dat kon ik dus nu op juistheid controleren.
Het boek leest prettig, het taalgebruik is eenvoudig, de stijl is fris, maar ook gedegen en zeer duidelijk, wat in dit verband zeker als een compliment moet worden beschouwd. Immers, hoe vaak zijn dergelijke, op psychologische ontwikkelingen en onderzoeken gebaseerde boeken slechts voor ingewijden leesbaar? Dit boek is dat niet en het is daarom voor een grotere groep belangstellenden - ouders, leidinggevenden in de kinderopvang, studenten - zeer geschikt. Ik noem ook met name de groep ouders, omdat de voorbeelden en de proefjes die beschreven staan goed herkenbaar en in de eigen situatie toepasbaar zijn. Of de tien ontwikkelingsfasen die Ewald Vervaet hanteert in de toekomst school zullen maken, zoals in de inleiding wordt geopperd, weet ik niet, maar het zou mij ook niet verbazen!

Klik hier als je naar de vragen Test je vakkennis! wilt

Klik hier als je naar de webstek van Kinderopvang wilt gaan

Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan