antwoord c bij het zesde doordenkertje
Vertellen
Pas vanaf z'n 26e levensmaand vertelt Joop ineens onder het avondeten 'Joop valle; au Frida'. Van Frida, de leidster van z'n peuterspeelgroep, heeft z'n moeder al begrepen dat een ander kind hem die morgen van de glijbaan heeft geduwd en dat Frida hem toen heeft getroost met 'Arme Joop, heb je au?'.
Waarom komt het vertellen over wat er kort geleden is gebeurd, eerst rond een maand of 26 tot stand?
c. Het plezier in het vertellen van verhalen ontstaat relatief laat.
Dit antwoord is niet juist. Dat wil zeggen, het gaat niet om wel of geen plezier in het vertellen van een verhaal maar of een kind het kan of niet. Pas wie iets kan, kan datgene veel of weinig vertonen, afhankelijk van de mate waarin hij er plezier in heeft.
Verder mag het vertellen van verhaaltjes - net als het in zich opnemen van verhaaltjes die door anderen worden verteld - relatief laat ontstaan, maar dat is slechts een vaststelling. Welke verklaring zou achter die vaststelling kunnen zitten? Zie antwoord a en b en ga daartoe terug naar het zesde doordenkertje.