De Telegraaf, 19 november 2005Leer kleine drammer kennen
Denise HooglandOntwikkelingspsycholoog over rechten en plichten van kinderen
Morgen staat de wereld stil bij de rechten van het kind. Dat doen we sinds de Verenigde Naties en Unicef 20 november 1989 het Verdrag voor de Rechten van het Kind aannamen. Wij keken iets dichter bij huis naar het begrip rechten. Hoe zien (kleine) kinderen eigenlijk hun rechten en plichten? Vanaf wanneer begrijpen ze dat ze niet als vanzelfsprekend aandacht krijgen; dat ze niet met jou kunnen spelen als je aan de telefoon zit en dat een ander kindje ook het recht heeft met dat ene fietsje te spelen? Ontwikkelingspsycholoog dr. Ewald Vervaet biedt opnieuw een aardig kijkje in het peuterbrein.
"Alhoewel het begrip 'recht' voor een kind zeker tot een jaar of veertien geen enkele betekenis zal hebben, behalve dan misschien als het tegenovergestelde van krom, zullen kinderen pas vanaf 2,5 jaar besef krijgen van hun rechten, én die van anderen. Maar tot die tijd zullen ze het gewoon als vanzelfsprekend vinden dat ze worden gedragen als zij dat willen. Ook als mama op dat moment al met drie boodschappentassen zeult en moe is", vertelt de van oorsprong natuurkundige dr. Ewald Vervaet.
Voor zijn werk als ontwikkelingspsycholoog volgde hij nauwgezet de ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van nul tot drie jaar en ontdekte leuke wetenswaardigheden: de reden bijvoorbeeld waarom verbieden en gebieden pas zin heeft vanaf 2,5 jaar of dat het besef van een recent verleden, gevolgd door het besef van een nabije toekomst plaatsvindt in het derde levensjaar, evenals het daarmee samenhangende besef van rechten.
Hij schreef er een boek over: Groeienderwijs; psychologie tussen 0 en 3 (uitgeverij Ambo) dat inmiddels voor de derde keer herdrukt is, en geeft vele workshops en dagcursussen voor ouders en professionele opvoeders. Ook maakt Ewald Vervaet rond verschillende themaweken als de Wetenschapsweek of de Zuigelingen- en Dreumesweek grappige doordenkertjes, zoals De Acht Einsteintjes, waarmee ouders meer inzicht krijgen in het brein van hun kind. In het kader van de Internationale Dag van de Rechten van het Kind bedacht hij voor deze pagina vragen rond het onderwerp rechten.
Bijvoorbeeld over het fenomeen samen delen en spelen. Wie kinderen heeft, kent het principe van de peuter: 'Wat leuk is, is van mij, wat ik niet leuk meer vind, wil ik kwijt'. "En als een ander kindje daar dan toevallig blij mee is, is dat meegenomen. Maar daaraan ligt geen enkele altruïstische overweging ten grondslag. Tot een maand of 26-31 gunnen ze elkaar niets, omdat ze simpelweg geen besef hebben van andermans rechten", legt Vervaet uit.
"Genoemde levensfase is de allermoeilijkste periode, van eisen versus rechten. Dan gaan ze namelijk langzaam beseffen dat ze iets kunnen willen. Ze hebben hun innerlijk ontdekt, maar kunnen dat nog niet goed afstemmen op een ander. Deze periode wordt ook wel de eerste of peuterpubertijd genoemd", vervolgt de onderzoeker. "Ook jouw verbod de koelkastdeur niet open te laten staan, krijgt dan pas echt betekenis. Verboden opvolgen houdt immers in dat hij enig besef moet hebben van zijn rechten en plichten".
Later
Opstandig gedrag in de ochtenduren? Zijn schoenen niet willen aantrekken als je weg moet? Doorgaan met spelen, terwijl jij tegen de klok racet? Volgens de psycholoog doet de peuter dat niet om jou op stang te jagen (ook al gebeurt dat waarschijnlijk wel in veel gevallen), maar heeft het te maken met grenzen verkennen en met dat 'kunnen willen'. "Maar ook met het nu te ontwikkelen toekomstbesef", zegt Ewald Vervaet. "Hij vindt dat geen rekening gehouden wordt met zijn ritme en plannen op dat moment. En dat hij dat spelen voor een later moment moet bewaren, snapt hij simpelweg niet. Er is voor hem geen later. Dat kun je thuis makkelijk testen. Roep tegen een kind van net twee dat oma straks komt en hij loopt blij naar de deur. Pas rond twee jaar en zeven maanden begrijpt het kind pas dat er zoiets als de nabije toekomst bestaat."
In zijn workshops gebruikt Vervaet hiervoor een ouderwetse knikkerbaan met drie licht hellende banen. Hij laat een knikker de baan afrollen en laat zien hoe je deze halverwege kunt stoppen door je vinger ervoor te leggen. "Wanneer een peuter gevraagd wordt dit na te doen, zal hij steevast te laat zijn met zijn vingertje", zegt Vervaet, die dergelijke proeven de afgelopen weken ook in het Teleac-programma 'Bij ons thuis' heeft laten zien.
"Rechten en plichten vormen een onderdeel van de sociale intelligentie, waar ook geboden en verboden onder vallen. Dit heeft alles te maken met de persoonlijkheidsontwikkeling. Vanaf een maand of 31 dicht het kind zowel zichzelf als de ander een identiteit toe. Daarbij verstaan we onder identiteit het besef dat iemand gisteren, vandaag en morgen dezelfde blijft. Vanaf die tijd krijgen kinderen bijvoorbeeld ook onzichtbare vriendjes. Voor het kunnen samenspelen met één speelgoedje heeft het kind dat besef nodig. Evenals het idee dat er een toekomst is, dus dat hij later aan de beurt komt".Klik hier als je naar de doordenkertjes over de sociale intelligentie wilt
Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan