vijfde taaltoetsje. ‘De’ of ‘het’ feest?
Vanaf 26 maanden gebruikt een dreumes steeds vaker een lidwoord: ‘Ik wil een koekje hebben’ in plaats van ‘Ik wil koekje hebben’. Aanvankelijk zegt hij ‘De feest’ en ‘De water’ in plaats van ‘Het feest’ en ‘Het water’.
Waarom maakt hij eerst van alle het-woorden de-woorden? En waarom doet hij het een maand of 5 later op de manier die correct is in het Nederlands?
a. Twee lidwoorden van bepaaldheid, ‘de’ en ‘het’, zijn overbodig (zie het Engels dat alleen ‘the’ en het Afrikaans dat alleen 'die' heeft); kinderen voelen dit haarscherp aan. Vanaf 31 maanden voegen ze zich toch naar de taal van volwassenen. Klik hier
b. Omdat alle verkleinwoorden het-woorden zijn, denkt hij aanvankelijk dat ‘het feest’ betekent dat het om een klein feest gaat. Klik hier
c. Voor het onderscheiden naar de- en het-woorden moet hij kunnen sorteren; eerst kan hij dat niet en daarna wel. Klik hier
Klik hier als u naar de andere taaltoetsjes wilt
Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan