antwoord b bij doordenker 2

Zoeken op het horen van ‘bal’

Teun is een jongetje van acht maanden, dat graag met een bal speelt. Het blijkt al gauw dat ie vanaf z’n achtste maand de klank ‘bal’ aan z’n favoriete bal heeft gekoppeld. Telkens als je ‘Bal’ zegt, zoekt ie die lievelingsbal door in z’n directe omgeving met z’n blik rond te speuren.

Wat denk je, is ‘bal’ één van de eerste woorden die Teun kent? Licht je antwoord toe.


b. Teun koppelt de klank ‘bal’ alleen aan z’n favoriete bal. Van enig woordbegrip is geen sprake.

Tussen acht en twaalf maanden draait de psychologische ontwikkeling om regelmaat. In het geval van het horen van het woord ‘bal’ komt regelmaat erop neer dat Teun denkt dat z’n favoriete bal in z’n buurt te zien is. Daarom zoekt ie die bal met z’n blik.
Met acht maanden heeft Teun dus nog geen begrip van het woord ‘bal’: hij koppelt het slechts aan een vaste handeling, namelijk rondkijken. Dat blijkt ook uit het volgende. Als je allerlei woorden zegt waar de lettergreep ‘bal’ op een duidelijke manier in voorkomt, zal ie ook z’n bal zoeken met z’n ogen. Je zegt bijvoorbeeld ‘Ligt Kroatië in de Balkan?’ (met enige nadruk op ‘bal’ van ‘Balkan’). Dan heeft ie twee aanleidingen om z’n bal te zoeken: hij hoort net als in ‘Waar is je bal?’ een vragende intonatie en hij vangt ‘bal’ (van ‘Balkan’) op.
Ook in andere opzichten komt regelmaat in Teuns taalontwikkeling tot uiting, bijvoorbeeld in regelmatige brabbels als ‘Bababa’. Dan herhaalt ie ‘ba’ drie keer. In feite maakt Teun op die manier voor het eerst opzettelijk lettergrepen. Voor z’n taalontwikkeling is dat uiteraard van het grootste belang want ook taal bestaat uit lettergrepen. Zeker, in ‘bababa’ keert dezelfde lettergreep terug en dat is in het spraakgebruik doorgaans niet het geval, maar dat wisselen van lettergrepen gaat Teun al spoedig na z’n twaalfde maand ook doen – dan ontstaat namelijk het gevarieerde brabbelen zoals in ‘Babani’, met de klemtoon op de tweede ‘ba’.
Van regelmatige brabbels zijn de zogeheten kinderkamerwoorden afkomstig. Dat zijn woorden als ‘mama’, ‘papa’, ‘dada’, het Engelse ‘daddy’ (vader), het Franse ‘pipi’ (plasje doen), het Italiaanse ‘nonno’ (opa), enzovoort.
Regelmaat komt echter niet alleen in Teuns taalontwikkeling naar voren. Hier volgen twee voorbeelden.
Teun gaat vanaf een maand of acht kruipen (of schuiven of tijgeren). Dat is zo omdat ie dan ontdekt dat er diepte in de ruimte om hem heen zit. Je kunt bijvoorbeeld het volgende proefje doen. Hij zit met een theelepeltje te spelen. Je neemt het voorzichtig van hem af en legt het binnen z’n handbereik. Zodra ie een hand in de richting van het lepeltje laat gaan, doe je je hand ervóór zodat ie het niet meer ziet en z’n hand er niet meer ongehinderd bij kan. Hij zal je hand verwijderen. Dat lijkt misschien niet bijzonder, want dat zou je zelf ook doen, maar tussen vier en acht maanden zou ie je hand niet verwijderd hebben. Hij zou wat anders zijn gaan doen of hij zou je hand pakken en die in z’n mond proberen te steken. Met andere woorden, vanaf acht maanden zoekt ie het verdwenen lepeltje wel terug. En dat duidt er tevens op dat ie weet dat het lepeltje achter je hand zit, precies zoals je hand vóór het lepeltje is. Oftewel, ook in dit geval weet ie dat er diepte in de ruimte zit, net als bij het kruipen.
Het tweede voorbeeld heet hechting. Daar wordt onder verstaan dat Teun vanaf een maand of acht gaat leren wie er bij hem horen: z’n moeder, z’n vader, z’n broertjes en zusjes als ie die heeft, de huisdieren als die er zijn, maar ook de leidsters en de andere kinderen van z’n groep als ie naar een kinderdagverblijf gaat, z’n vaste oppas en de buurvrouw die een paar keer per week koffie komt drinken. Kortom, allemaal mensen (en dieren) met wie hij regelmatig te maken heeft. Hechting komt onder meer tot uiting in de zogeheten scheidingsangst: hij gaat huilen of sip kijken als z’n moeder de kamer verlaat. Ook is er angst voor vreemden: als een onbekende te snel naar hem toekomt of hem oppakt, zal hij dat niet op prijs stellen.
Antwoord b is dus juist. Lees de overige drie antwoorden a, c en d ook door: ze zullen je inzicht in de taalontwikkeling rond acht maanden ongetwijfeld verdiepen. Terug naar doordenker 2.

Zie verder Ewald Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, 4.3 (regelmatig brabbelen, kinderkamerwoorden), 4.4 (ruimtebesef; kruipen) 4.2 (hechting).