antwoord a bij doordenker 3
‘Woef’, ‘bèh’ en ‘brrr’
Vanaf een maand of twaalf gaat Bibi klanken uit haar omgeving nadoen: ze zegt ‘Woef’ als ze een hond ziet, ‘Bèh’ bij een schaap en ‘Brrr’ tegen een voorbijrijdende auto of bromfiets. Volgens sommigen doen kinderen dit omdat volwassenen dat voordoen. Dat kan nooit het hele verhaal zijn want nooit heeft iemand een hoog ‘Uuuuuu!’ bij een fluitketel laten horen terwijl Bibi dat wel geregeld doet. Eveneens vanaf ongeveer twaalf maanden wijst Bibi vaak naar dingen in haar omgeving: naar haar nieuwe slofjes, naar oma’s hondje en naar andere dingen die haar interesseren.
Tussen klanknabootsingen en wijzen bestaat een verband. Laat je gedachten er eens over gaan welk verband dat zou kunnen zijn. Licht je antwoord toe.
a. Bibi bootst alleen klanken na van geluidmakende dieren en dingen waar ze naar wijst.
Net als andere kinderen van haar leeftijd bootst Bibi klanken na, maar niet alleen van dieren en dingen waar ze naar wijst. Bibi kan van een dier of ding de klank nabootsen zonder dat ze er naar wijst, en ze kan ernaar wijzen zonder dat ze het geluid ervan nadoet.
Antwoord a is niet juist. Denk nog eens goed na over de antwoorden b, c en d en maak opnieuw een keuze: terug naar doordenker 3.