antwoord d bij doordenker 3

‘Woef’, ‘bèh’ en ‘brrr’

Vanaf een maand of twaalf gaat Bibi klanken uit haar omgeving nadoen: ze zegt ‘Woef’ als ze een hond ziet, ‘Bèh’ bij een schaap en ‘Brrr’ tegen een voorbijrijdende auto of bromfiets. Volgens sommigen doen kinderen dit omdat volwassenen dat voordoen. Dat kan nooit het hele verhaal zijn want nooit heeft iemand een hoog ‘Uuuuuu!’ bij een fluitketel laten horen terwijl Bibi dat wel geregeld doet. Eveneens vanaf ongeveer twaalf maanden wijst Bibi vaak naar dingen in haar omgeving: naar haar nieuwe slofjes, naar oma’s hondje en naar andere dingen die haar interesseren.

Tussen klanknabootsingen en wijzen bestaat een verband. Laat je gedachten er eens over gaan welk verband dat zou kunnen zijn. Licht je antwoord toe.


d. Vanaf twaalf maanden kan Bibi leren zonder iets aan te moeten raken. Voor wijzen en voor nabootsen van klanken zijn aanrakingen niet nodig.

Er zijn twee begrippen die klanknabootsingen en wijzen met elkaar verbinden. Het eerste is aandachtscontact. Daar wordt onder verstaan dat men iemand of iets waarneemt zonder dat men diegene of datgene aanraakt. Het ontwikkelt zich uit het grijpen dat rond vier maanden ontstaat. Immers, als je een pen vastpakt, vallen die pen en je hand samen in je blik en dat doen ze ook als je naar die pen wijst. We zeggen: rond vier maanden ontstaat fysiek contact, rond twaalf maanden aandachtscontact.
In een klanknabootsing speelt aandachtscontact ook een rol: je hoeft een hond niet geaaid te hebben om te proberen z’n blafgeluid na te doen. Het volstaat om naar hem te kijken en vooral te luisteren als ie blaft en om daarna te proberen het gehoorde geluid na te doen. En dat proberen nadoen kan het kind vanaf zo’n twaalf maanden omdat het dan in staat is te variëren op de regelmaat van de vorige fase. In het juiste antwoord bij doordenker 2 hebben we van dat variëren al een voorbeeld gezien: Teun zegt onder meer ‘Babani’ en ‘Bapami’ als variaties op z’n regelmatige brabbel ‘bababa’ van tussen acht en twaalf maanden.
Variëren is de tweede verbinding tussen klanknabootsingen en wijzen. Voor het wijzen kan ik terugwijzen op het ontstaan ervan uit het grijpen naar het geziene. Als iets binnen handbereik is, is wijzen inderdaad een variatie op grijpen. En wat het nabootsen van het geblaat van een schaap betreft, Bibi maakt tussen vier en twaalf maanden onder meer de klanken ‘ba’ en, met ‘æ’ voor de klinker in het Engelse ‘have’, ‘bæ’. Een schaapachtig ‘bèh’ zit daar dan nog niet bij. Vanaf twaalf maanden dus wel – als variatie op ‘ba’ en ‘bæ’.
Aandachtscontact heeft nog op ten minste twee andere manier iets met taal te maken. De eerste is dat aandachtscontact het mogelijk maakt om kennis te nemen van een afbeelding louter door ernaar te kijken. Tussen acht en twaalf maanden behandelen kinderen een afbeelding als een voorwerp als elk ander voorwerp: ermee slaan, het in de mond steken, eraan scheuren, naar de afgebeelde voorwerpen grijpen, enzovoort. Vanaf twaalf maanden kun je met een kind ‘plaatjes kijken’. Zorg dat er tussen Bibi’s boeken ook een paar zitten waarmee ze haar klanknabootsingen kan oefenen - zulke boeken zijn er volop, vooral met dieren.
Zijn klanknabootsingen dan belangrijk, vraag je je misschien af. Ja, dat zijn ze voor de taalontwikkeling. Ze stellen Bibi namelijk in staat buiten de klankverzameling te treden die bepaald wordt door de bouw van haar keel, mond, tong en lippen. En dat buitentreden is van belang omdat ze in een Nederlandstalige omgeving opgroeit en zich dus de klanken van het Nederlands eigen zal dienen te maken. Verreweg de meeste daarvan zitten niet in haar eigen klankverzameling. De verwerving van het vermogen om klanken uit de omgeving na te bootsen vindt tussen twaalf en achttien maanden plaats.
Antwoord d is dus juist. Bekijk toch ook nog even de antwoorden a, b en c. Ze zullen je kijk op het nabootsen van klanken en op wijzen zeker verbreden: terug naar doordenker 3.

Zie verder Ewald Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, 5.1 (wijzen), 5.2 (aandachtscontact) en 5.3 (gevarieerd brabbelen, klanknabootsingen).