doordenker 4. Woorden met twee tegengestelde betekenissen

Vanaf z’n zeventiende maand leert Konrad elke dag een paar nieuwe woorden bij: ‘poes’, ‘trein’, ‘eten’, ‘slapen’ en dergelijke. Het woord ‘uit’ is daar ook al spoedig bij. Aan ‘uit’ valt op dat ie het gedurende een maand of vier met twee tegengestelde betekenissen gebruikt. Hij zegt namelijk ‘Uit’, niet alleen als ie in z’n kinderstoel zit en eruit wil, maar ook als ie zich buiten z’n kinderstoel bevindt, en erin wil. Pas vanaf z’n eenentwintigste maand zegt ie in het tweede geval ‘In’ in plaats van ‘Uit’.

Heb je enig idee waarom Konrad het woord ‘uit’ een poos gebruikt, niet alleen voor ‘uit’ maar ook voor ‘in’? Licht je antwoord toe.


a. Bij Konrad heeft 'uit' betrekking op het feit dat ie z'n armen naar iemand uitstrekt om opgetild en verplaatst te worden. Klik hier.

b. Konrad kan nog geen onderscheid maken tussen de richtingen 'ernaartoe' en 'ervandaan'. Klik hier.

c. Normaliter onderscheiden kinderen 'in' en 'uit' meteen van elkaar. Konrad doet dat niet omdat ie lui is aangelegd: anderen moeten maar uitzoeken wat ie precies bedoelt, namelijk 'ik wil in de kinderstoel' of 'ik wil uit de kinderstoel'. Klik hier.

d. Konrad let niet zozeer op wat ie zegt en op wat dat zou kunnen betekenen, maar op de vraag of er wat verandert als ie wat zegt (in de stoel als ie eruit is, maar uit de stoel als ie erin is). Waarschijnlijk wordt Konrad later een echte levensgenieter die graag telkens andere dingen doet. Klik hier.


Klik hier als je naar de andere zes doordenkers wilt

Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan