antwoord b bij doordenker 4
Woorden met twee tegengestelde betekenissen
Vanaf z’n zeventiende maand leert Konrad elke dag een paar nieuwe woorden bij: ‘poes’, ‘trein’, ‘eten’, ‘slapen’ en dergelijke. Het woord ‘uit’ is daar ook al spoedig bij. Aan ‘uit’ valt op dat ie het gedurende een maand of vier met twee tegengestelde betekenissen gebruikt. Hij zegt namelijk ‘Uit’, niet alleen als ie in z’n kinderstoel zit en eruit wil, maar ook als ie zich buiten z’n kinderstoel bevindt, en erin wil. Pas vanaf z’n eenentwintigste maand zegt ie in het tweede geval ‘In’ in plaats van ‘Uit’.
Heb je enig idee waarom Konrad het woord ‘uit’ een poos gebruikt, niet alleen voor ‘uit’ maar ook voor ‘in’? Licht je antwoord toe.
b. Konrad kan nog geen onderscheid maken tussen de richtingen ‘ernaartoe’ en ‘ervandaan’.
Met zeventien maanden kan Konrad wel degelijk ‘ernaartoe’ en ‘ervandaan’ in praktisch opzicht van elkaar onderscheiden. Dat kan ie al vanaf een maand of acht; zie antwoord b bij doordenker 2 (kruipen en het proefje met het lepeltje). En begripsmatig kan ie ‘naar’ en ‘vanaf’ onderscheiden vanaf een maand of zesentwintig. Bij één van de andere drie antwoorden zullen we trouwens zien dat ie ‘in’ en ‘uit’ al vanaf een maand of eenentwintig zal onderscheiden.
Antwoord b is dus niet juist. De toelichting bevat informatie die je keuze voor één van de antwoorden a, c en d misschien een beetje zal bijsturen; terug naar doordenker 4.