antwoord d bij doordenker 4
Woorden met twee tegengestelde betekenissen
Vanaf z’n zeventiende maand leert Konrad elke dag een paar nieuwe woorden bij: ‘poes’, ‘trein’, ‘eten’, ‘slapen’ en dergelijke. Het woord ‘uit’ is daar ook al spoedig bij. Aan ‘uit’ valt op dat ie het gedurende een maand of vier met twee tegengestelde betekenissen gebruikt. Hij zegt namelijk ‘Uit’, niet alleen als ie in z’n kinderstoel zit en eruit wil, maar ook als ie zich buiten z’n kinderstoel bevindt, en erin wil. Pas vanaf z’n eenentwintigste maand zegt ie in het tweede geval ‘In’ in plaats van ‘Uit’.
Heb je enig idee waarom Konrad het woord ‘uit’ een poos gebruikt, niet alleen voor ‘uit’ maar ook voor ‘in’? Licht je antwoord toe.
d. Konrad let niet zozeer op wat ie zegt en op wat dat zou kunnen betekenen, maar op de vraag of er wat verandert als ie wat zegt (in de stoel als ie eruit is, maar uit de stoel als ie erin is). Waarschijnlijk wordt Konrad later een echte levensgenieter die graag telkens andere dingen doet.
Als Konrad ‘Uit’ zegt, wil ie zeker dat er iets aan z’n situatie verandert. Al vanaf ongeveer vijftien maanden weet ie wat ‘hulp inwinnen’ is bij iets dat ie zelf niet voor elkaar krijgt, zoals in of uit z’n kinderstoel klauteren. Vanaf een maand of zeventien voegt ie aan dat inwinnen van hulp het woord ‘uit’ toe – een stapje voorwaarts dus. Zo zal ie weer een stapje zetten als ie ook nog ‘in’ en ‘uit’ uit elkaar houdt.
Konrads reacties met zeventien maanden zeggen niets over een latere levensinstelling, bijvoorbeeld om al dan niet van het leven te genieten of om al dan niet van verandering te houden. Het niet meteen onderscheiden van ‘in’ en ‘uit’ is een vrij algemeen verschijnsel en daar moet dus een algemeen geldende verklaring voor zijn, die los staat van Konrads persoonlijkheid (temperament en zelfkennis). Hij heeft wel een persoonlijkheid en die loopt dwars door de algemene ontwikkelingslijn heen. Mijns inziens doen we echter des te zuiverder een uitspraak over de persoonlijkheid van een kind als we eerst die aspecten van z’n gedrag onder de algemene ontwikkelingslijn hebben geplaatst die daar ook onder horen, en dan pas kijken in hoeverre we iets begrijpen van z’n persoonlijkheid.
Antwoord d is dus niet goed. Maar met bovenstaande informatie in je achterhoofd moet je een meer verantwoorde keuze uit de antwoorden a, b en c kunnen maken; terug naar doordenker 4.Zie verder Ewald Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, 6.1 (hulp inwinnen), 1.3 (persoonlijkheid en algemene ontwikkeling) en de rubriek ‘zelfkennis’ in het register achterin.