antwoord c bij doordenker 5

‘Geranium’, ‘ook’ en ‘stoel’ op één dag

Sedert Iris elke dag een paar woordjes bij leert (zo vanaf haar vijftiende maand), houden haar ouders een taalschriftje over haar bij. Daar prijken woorden op als ‘poes’, ‘toel’ (stoel), ‘pap’, ‘tein’ (trein), ‘tinke’ (drinken), ‘ete’ (eten) en ‘lape’ (slapen).
Vier maanden later zegt Iris op één dag onder meer ‘geraanjum’ (geranium), ‘ook’ en ‘stoel’ (in plaats van ‘toel’) voor het eerst.

Welk van deze drie woorden lijkt je het meest bijzondere? Licht je antwoord toe.


c. Het meest bijzondere woord is ‘stoel’, namelijk vanwege de uitspraak van de ‘s’ voor een andere medeklinker (zie ook ‘lape’ voor ‘slapen’). Veel twee- en driejarigen hebben daar nog moeite mee, maar Iris slaagt er al met negentien maanden in om ‘stoel’ te zeggen.

Uit het feit dat de meeste kinderen eerst ‘toel’ zeggen en dan pas ‘stoel’ kunnen we opmaken dat ook de uitspraak zich ontwikkelt. Misschien is er wel een verband met de psychologische ontwikkeling, maar daar is mij tijdens m’n onderzoek naar de psychologische ontwikkeling tot een jaar of drie niets over opgevallen. Vooralsnog houd ik het er daarom op dat de ontwikkeling van de uitspraak na anderhalf jaar goeddeels, en misschien zelfs wel geheel, een biologische verschijnsel is in verband met de groei van de bouw van mond, keel en dergelijke, en waarschijnlijk in het geheel geen psychologisch verschijnsel.
Zelfs als de psychologische ontwikkeling er wel eens toe kan doen, dan nog is het ontstaan van ‘stoel’, na een aanvankelijk ‘toel’, niet iets dat zich in het bijzonder rond negentien maanden voordoet.
Antwoord c is dus niet juist. Bekijk de antwoorden a, b en d nog eens goed en kies opnieuw een antwoord; terug naar doordenker 5.