antwoord d bij doordenker 5

‘Geranium’, ‘ook’ en ‘stoel’ op één dag

Sedert Iris elke dag een paar woordjes bij leert (zo vanaf haar vijftiende maand), houden haar ouders een taalschriftje over haar bij. Daar prijken woorden op als ‘poes’, ‘toel’ (stoel), ‘pap’, ‘tein’ (trein), ‘tinke’ (drinken), ‘ete’ (eten) en ‘lape’ (slapen).
Vier maanden later zegt Iris op één dag onder meer ‘geraanjum’ (geranium), ‘ook’ en ‘stoel’ (in plaats van ‘toel’) voor het eerst.

Welk van deze drie woorden lijkt je het meest bijzondere? Licht je antwoord toe.


d. Alle drie deze woorden zijn even bijzonder. Het is al een wonder dat een kind leert praten. Laten we daar vooral geen wedstrijd maken, in de trant van ‘welk kind leert welk woord of welke uitspraak het eerste?’.

Het is inderdaad een wonder dat een kind leert praten (als het horend is, en gebarentaal leert als het doof of slechthorend is). Aan dat wonder doen we echter niets af als we het proberen te begrijpen. Dan blijkt dat ‘ook’ en ‘geranium’ aan de ene kant en de volledige uitspraak van ‘stoel’ aan de andere kant verschillende verschijnselen zijn; zie één van de andere antwoorden. Verder blijkt dan dat er verschillende fasen in de taalontwikkeling zitten en dat ‘geranium’ bij een andere fase hoort dan ‘ook’; zie ook weer één van de andere antwoorden.
Iets anders is dat er helaas bij sommige ouders het wedstrijdelement in kan sluipen als ze de ontwikkeling van verschillende kinderen met elkaar vergelijken. Ook zijn er helaas onderzoekers die, zonder succes overigens, proberen de psychologische ontwikkeling te versnellen. Ik noem dat de psychofokindustrie, naar het voorbeeld van de biofokindustrie. Zo zijn er kinderen bij wie de woordenschatexplosie (zie doordenker 4) al rond dertien maanden begint of pas rond vijfentwintig maanden, terwijl het gemiddelde ongeveer achttien maanden is. Meestal zien we dat het vroege kind zich op andere gebieden, zoals tijd- en ruimtebesef of sociale intelligentie, wat later dan gemiddeld ontwikkelt en dat het late kind zich op andere gebieden wat vroeger ontwikkelt. Pas als een kind over de hele linie fors vertraagd is, is er aanleiding om z’n psychologische ontwikkeling aan een grondig onderzoek te onderwerpen.
Antwoord d is niet juist, maar bevat wel enkele sleutels voor de vraag welke van de antwoorden a, b en c juist is; terug naar doordenker 5.

Zie verder Ewald Vervaet, Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3, laatste paragraaf van de inleiding (betrekkelijke betekenis van leeftijdaanduidingen bij fasen) en hoofdstuk 11 (onmogelijkheid om de ontwikkeling te versnellen en onwenselijkheid om dat toch te proberen).