Taalverwervingsweek
Voor docenten Nederlands, leerlingen van de hoogste klassen HAVO/VWO en andere belangstellenden
doordenker 1. Het allereerste taalstapje
Janna zet haar allereerste stapje op het lange en moeizame pad van de taalverwerving vrijwel meteen na haar geboorte, namelijk door… te huilen! Wat zou daarachter kunnen zitten? Licht je antwoord toe.
klik hier voor doordenker 1doordenker 2. Zoeken op het horen van ‘bal’
Teun is een jongetje van acht maanden, dat graag met een bal speelt. Het blijkt al gauw dat ie vanaf z’n achtste maand de klank ‘bal’ aan z’n favoriete bal heeft gekoppeld. Telkens als je ‘Bal’ zegt, zoekt ie die lievelingsbal door in z’n directe omgeving met z’n blik rond te speuren. Wat denk je, is ‘bal’ één van de eerste woorden die Teun kent? Licht je antwoord toe.
klik hier voor doordenker 2doordenker 3. ‘Woef’, ‘bèh’ en ‘brrr’
Vanaf een maand of twaalf gaat Bibi klanken uit haar omgeving nadoen: ze zegt ‘Woef’ als ze een hond ziet, ‘Bèh’ bij een schaap en ‘Brrr’ tegen een voorbijrijdende auto of bromfiets. Volgens sommigen doen kinderen dit omdat volwassenen dat voordoen. Dat kan nooit het hele verhaal zijn want nooit heeft iemand een hoog ‘Uuuuuu!’ bij een fluitketel laten horen terwijl Bibi dat wel geregeld doet. Eveneens vanaf ongeveer twaalf maanden wijst Bibi vaak naar dingen in haar omgeving: naar haar nieuwe slofjes, naar oma’s hondje en naar andere dingen die haar interesseren. Tussen klanknabootsingen en wijzen bestaat een verband. Laat je gedachten er eens over gaan welk verband dat zou kunnen zijn. Licht je antwoord toe.
klik hier voor doordenker 3doordenker 4. Woorden met twee tegengestelde betekenissen
Vanaf z’n zeventiende maand leert Konrad elke dag een paar nieuwe woorden bij: ‘poes’, ‘trein’, ‘eten’, ‘slapen’ en dergelijke. Het woord ‘uit’ is daar ook al spoedig bij. Aan ‘uit’ valt op dat ie het gedurende een maand of vier met twee tegengestelde betekenissen gebruikt. Hij zegt namelijk ‘Uit’, niet alleen als ie in z’n kinderstoel zit en eruit wil, maar ook als ie zich buiten z’n kinderstoel bevindt, en erin wil. Pas vanaf z’n eenentwintigste maand zegt ie in het tweede geval ‘In’ in plaats van ‘Uit’. Heb je enig idee waarom Konrad het woord ‘uit’ een poos gebruikt, niet alleen voor ‘uit’ maar ook voor ‘in’? Licht je antwoord toe.
klik hier voor doordenker 4
doordenker 5. ‘Geranium’, ‘ook’ en ‘stoel’ op één dag
Sedert Iris elke dag een paar woordjes bij leert (zo vanaf haar vijftiende maand), houden haar ouders een taalschriftje over haar bij. Daar prijken woorden op als ‘poes’, ‘toel’ (stoel), ‘pap’, ‘tein’ (trein), ‘tinke’ (drinken), ‘ete’ (eten) en ‘lape’ (slapen). Vier maanden later zegt Iris op één dag onder meer ‘geraanjum’ (geranium), ‘ook’ en ‘stoel’ (in plaats van ‘toel’) voor het eerst. Welk van deze drie woorden lijkt je het meest bijzondere? Licht je antwoord toe.
klik hier voor doordenker 5
doordenker 6. ‘Ik wil een koekje hebben’
Als Tijs rond z’n tweede verjaardag een koekje wilde hebben, zei ie vaak ‘Tijs hebbe’ of ‘Tijs koekje’ (naast ‘Datte hebbe’, ‘Koeke hebbe’ en dergelijke). Vanaf ongeveer zesentwintig maanden zegt ie ook ‘Ik(ke) koekje hebbe’, ‘Ikkil e koekje hebbe’ en dergelijke en uiteindelijk ‘Ik wil een koekje hebben’. Waar ie eerst over zichzelf sprak met ‘Tijs’ doet ie dat nu dus met ‘ik’. En zo spreekt ie ook over ‘een koekje’ in plaats van over ‘koekje’ alleen.
Dat Tijs rond dezelfde tijd zichzelf met ‘ik’ aanduidt en het lidwoord ‘een’ gebruikt, zou toeval kunnen zijn maar er zou ook een verband tussen beide kunnen bestaan. Wat is het geval, denk je? Licht je antwoord toe.
klik hier voor doordenker 6doordenker 7. ‘Mama zegt dat je niet mag komen’
Zo tussen zesentwintig en eenendertig maanden heeft Wanda zinnen geleerd van het type ‘ik wil een koekje hebben’, maar ook van het type ‘mama zegt iets’ en ‘je mag niet komen’. Dat zijn enkelvoudige zinnen. Het lijkt een klein stapje maar toch duurt het nog een maand of vijf alvorens Wanda zinnen gaat maken van het type ‘mama zegt dat je niet mag komen’, de zogeheten samengestelde zinnen. Het merkwaardige nu is dat Wanda tegelijk met dat ze samengestelde zinnen begint te maken, ook leert te sorteren, bijvoorbeeld naar olifant-vogel als er zes olifanten en zes vogels vóór haar liggen. Omgekeerd, vóór haar eenendertigste maand maakte ze geen samengestelde zinnen en kon ze niet sorteren. Er is kennelijk een verband tussen samengestelde zinnen en sorteren. In welke richting zou je het verband tussen die twee kunnen zoeken? Licht je antwoord toe.
klik hier voor doordenker 7
Toelichting
De taalverwerving tot een jaar of drie
Eén van de meest intrigerende verschijnselen is de taalverwerving van het kind. Immers, na ons elfde, twaalfde levensjaar moeten we er veel moeite voor doen om een vreemde taal onder de knie te krijgen terwijl de meesten van ons daar toch vrijwel nooit een moedertaalspreker in zullen worden. Als we ons dat realiseren is het bijna verbijsterend dat het kind zo tussen anderhalf en drie jaar, dus in ongeveer anderhalf jaar tijd, schijnbaar vanuit het niets de basis van z’n moedertaal of, als het meertalig opgroeit, van z’n moedertalen verwerft.
De Taalverwervingsweek werd oorspronkelijk van 26 september tot en met 2 oktober 2004 gehouden in het kader van de Dag van de Talen van de Raad van Europa op 26 september 2004. Reden te meer om stil te staan bij de basis van de verwerving van althans één van de EU-talen, het Nederlands. We doen dat op een heel eigentijdse manier: met gebruikmaking van internet en aan de hand van korte stukjes, doordenkers genaamd.
We volgen de ontwikkeling van de taalverwerving door er zeven punten uit te lichten. De doordenkers 1-3 gaan over de klankontwikkeling. Ik schreef hierboven namelijk dat het kind vanaf ongeveer anderhalf jaar schijnbaar vanuit het niets de basis van z’n moedertaal begint te verwerven. Dat ‘vanuit het niets’ klopt uiteraard niet. Weliswaar begint met anderhalf de eigenlijke taalverwerving in de zin van het leren van correcte woorden, zinnen en grammatica, maar daar gaat de klankontwikkeling aan vooraf.
De doordenkers 4 en 5 gaan over het verwerven van de eerste woorden en de nummers 6 en 7 over het verwerven van de eerste grammaticaregels. In het juiste antwoord op doordenker 5 zullen we zien hoe het verwerven van zinnen daar doorheen loopt. Bij elke doordenker staan vier antwoordmogelijkheden. Het is echter geen meerkeuzetoets want elk antwoord moet worden toegelicht.De Taalverwervingsweek is samengesteld door dr. Ewald Vervaet, ontwikkelingspsycholoog en schrijver van het boek Groeienderwijs; psychologie van 0 tot 3 (Ambo, 2002; derde druk: 2004). De bespreking in Levende Talen Magazine van dit boek vindt u in het nummer van januari 2004 op p.46. Klik hier voor de bespreking.
Op www.digischool.nl/communitynederlands staat een bespreking van de Taalverwervingsweek. Klik hier voor de bespreking.
In NRC-Handelsblad heeft een artikel gestaan over de Taalverwervingsweek en over het gebruik daarvan op een middelbare school. Klik hier voor het artikel.
Klik hier als je naar de Taaltoetsjes en hier als je naar de overige doordenkers wilt gaan
Klik hier om naar het hoofdmenu te gaan