Natuurwetenschap & techniek , september 2004

Profiel Ontwikkelingspsycholoog en natuurkundige Ewald Vervaet

Solist onder psychologen
Marcel Crok

Ewald Vervaet voert al 25 jaar een kruistocht tegen het positivisme, de gangbare wetenschappelijke methode aan Nederlandse psychologiefaculteiten. Zijn onderzoek financiert hij daarom zelf. Vervaet ontdekte dat kinderen tien fasen doorlopen tussen nul en drie jaar. Hij hoopt dat neurologen zijn theorie gaan bewijzen.

“Kijk Tibbe, knikker hier indoen en hier pakken”, zegt dr Ewald Vervaet (54) tegen het bijna 2,5 jaar oude jongetje in kinderdagverblijf de Bibelebontseberg in Amsterdam-Oost. Vervaet doet de knikker in het knikkerspel, legt zijn vinger op de middelste helling zodat de rollende knikker tot stilstand komt. Nu jij Tibbe”, moedigt de ontwikkelingspsycholoog aan. Tibbe doet de knikker in het gaatje en blijft vervolgens ademloos toekijken hoe de knikker de drie hellingen afrolt.
Vervaet doet het meerdere malen opnieuw voor, maar Tibbe blijft gebiologeerd naar de rollende knikker kijken. Na enkele minuten komen zijn handen wel in actie, maar in plaats van zijn vinger neer te leggen, probeert Tibbe de knikker te grijpen. Dat levert komische taferelen op want meestal komt Tibbe net te laat. Even later spelen we hetzelfde spel met Max, een ruim drie jaar oud meisje. Na één keer voordoen legt ze haar vinger op de juiste plek.
“Het zijn geen schokkende proeven die ik doe”, zegt Vervaet even later in een nabijgelegen kroeg. “Maar ze laten wel zien welke fasen een kind doorloopt. Bovendien hebben ze een aantal nieuwe vondsten opgeleverd, zoals bijvoorbeeld ‘stemvinding’ en het ‘sociale wijzen’. Een kind van tussen de vier en acht maanden weet nog niet dat het een stem heeft. Als het een tijdje stil is geweest zie je vaak het volgende gebeuren: het kind spant niet alleen de stembanden aan, maar ook de spieren in armen en benen. Zodra het kind zijn stem in zijn keel voelt trillen, ontspant het de ledematen en zet het de stem sterker aan. Het kind was gewoon vergeten dat het een stem heeft. Vanaf acht maanden spant het kind niet meer alle spieren aan als het geluid wil maken. Het weet dan dat het een stem heeft, waar die zich bevindt en hoe het die moet gebruiken”.
Bij wijzen zie je iets vergelijkbaars. “Vanaf één jaar gaat een kind naast fysiek contact, dus dingen vastpakken, ook aandachtscontact maken met de omgeving. Aanvankelijk wijst het kind omdat het zelf iets interessant vindt en niet om anderen ergens op te attenderen. Het begrijpt andermans wijzen ook niet en kijkt in dat geval naar de vinger zelf. Rond één jaar en drie maanden wijst het kind eerst naar iets en kijkt vervolgens naar de moeder. Dat is de overgang van het egocentrische naar het sociale wijzen”.

Positivisme
Goedkoper en eenvoudiger kan een wetenschapper bijna niet werken. Met een koffer vol spelletjes en attributen en een cassetterecorder bezoekt Vervaet al jarenlang kinderen aan huis. Hij speelt, toetst, maakt notities, schrijft thuis de band integraal uit en op basis van die waarnemingen is Vervaet, die zelf overigens geen kinderen heeft, tien fasen gaan onderscheiden, die kinderen doorlopen tussen nul en drie jaar. Zijn theorie publiceerde hij niet in een wetenschappelijk artikel maar in het boek Groeienderwijs, psychologie van 0 tot 3. Dit boek is bedoeld voor zowel wetenschappers als ouders.

“Nederland is het Albanië van de positivistische psychologie”

Nederlandse psychologiefaculteiten zullen het boek, dat in 2002 verscheen, echter niet in de verplichte literatuurlijst hebben opgenomen. Vervaet staat namelijk op gespannen voet met de gevestigde psychologen. Vanaf het begin van zijn promotie-onderzoek in 1981 heeft hij fundamentele kritiek op het positivisme, de methodiek die vrijwel alle universitaire psychologen in Nederland hanteren. “Nederland is het Albanië van de positivistische psychologie”, zegt Vervaet, “waarmee ik bedoel dat er geen land ter wereld is waar het positivisme wijder verbreid is”.
“De positivistische psychologie beweert de hoogste vorm van wetenschap te bedrijven, namelijk een methode die ontleend is aan de natuurwetenschappen. Ik bestrijd echter dat hun werkwijze overeenkomt met die van bijvoorbeeld de natuurkunde”, zegt Vervaet, die voordat hij psychologie ging studeren de studie natuurkunde afrondde. “Positivisten kennen zonder theoretische gronden getallen toe aan menselijk gedrag en gaan vervolgens met die getallen rekenen. Er volgen statistische analyses waaruit gemiddelden rollen en afwijkingen van de gemiddelden. De rekenmethodes kunnen dan nog zo geavanceerd zijn, uiteindelijk komen er geen zinnige resultaten uit, want de aannames zijn verkeerd. Het positivisme levert in mijn ogen dan ook niets op. De studie natuurkunde heeft mij juist behoed voor het positivisme”.
Om zijn bezwaar tegen het positivisme uit te leggen, haalt Vervaet Newton erbij. Newton nam in 1666 waar dat een prisma licht breekt. Hij kon daarmee het ontstaan van een regenboog verklaren hoewel hij nog niet wist dat licht ook een golfverschijnsel is. Stel nu dat Newton aan de kleuren van de regenboog de getallen één tot en met zeven had toegekend, was de optica daar iets mee opgeschoten? Nee, geen millimeter. Want je kunt gaan rekenen met die getallen maar de uitkomsten van die berekeningen zeggen helemaal niets. Positivisten werken als een Newton die getallen toekent aan de kleuren van de regenboog”.
Volgens Vervaet negeren de psychologen zijn kritiek. “Ik formuleerde mijn bezwaren tegen het positivisme al in mijn proefschrift, waarmee ik een doctorstitel kreeg. Daarmee erkende de promotiecommissie in feite de wetenschappelijke waarde van mijn kritiek”, vindt Vervaet. “Daarna had de gevestigde orde moeten reageren. Ze hadden mij desnoods alle hoeken van de kamer moeten laten zien. Maar dat is niet gebeurd”, zegt Vervaet nog altijd geërgerd.

Geestelijk vader
Sindsdien gaat hij daarom zijn eigen weg. Hij verdient zijn geld vooral met lessen aan de particuliere HBO-instelling Academie Gradatim en het geven van cursussen aan ouders die geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling van hun kind. Die ouders willen leren in welke fasen kinderen zich achtereenvolgens bevinden. Zijn wetenschappelijk onderzoek financiert hij zelf vanuit Stichting Histos, een stichting die zogenoemd Piagetiaans onderzoek wil stimuleren.
De Zwitserse bioloog en kinderpsycholoog Jean Piaget (1896-1980) is de geestelijke vader van Vervaet. “Ik heb de zes fasen die Piaget onderscheidde tussen nul en twee, uitgebreid tot tien fasen voor de periode tot een jaar of drie. Piaget beperkte zich bovendien tot exacte begrippen als ‘objectpermanentie’, tijd- en ruimtebesef. Ik heb daar taalverwerving, persoonlijkheidsontwikkeling en sociale intelligentie aan toegevoegd. Maar net als Piaget probeer ik de samenhang in het denken bij het jonge kind te begrijpen”.
Een bekend fenomeen dat Piaget ontdekt heeft, is het besef van objectpermanentie. Bestaat een object nog als je het niet ziet? “Er zijn mythes die geen objectpermanentie van de zon aannemen. Die mythes veronderstellen dat de zon sterft bij het ondergaan en weer geboren wordt bij het opkomen. Bij een kind van vier tot acht maanden oud zien we iets soortgelijks. Als je een speeltje zichtbaar verstopt onder een handdoek, dan tilt dat kind de handdoek niet op. Een fase later doet het dat wel”.
Vervaet kan zich het moment dat hij interesse kreeg voor kinderpsychologie nog goed herinneren. “Ik was elf en een tweejarig jongetje kwam bij ons spelen op de boerderij in Zeeuws-Vlaanderen. Het jongetje riep de hele tijd ‘Eo pelen’, Theo spelen. Waarom zegt hij niet gewoon ‘ik wil spelen’, dacht ik. Nu, veertig jaar later, heb ik het antwoord op die vraag gevonden. Hij was nog in de fase waarin hij geen onderscheid kon maken tussen de eerste persoon en de derde persoon.” Op de middelbare school bleek Vervaet aanleg te hebben voor de exacte vakken. Zijn natuurkundeleraar vond dat hij zijn talenten niet mocht vergooien door psychologie te gaan studeren. Dus begon Vervaet met de studie wiskunde. Na zijn kandidaats stapte hij over op natuurkunde en die studie rondde hij af. Maar psychologie bleef hem trekken en Vervaet werd daarom alsnog psycholoog.

Psycho-fokindustrie
Vervaet is geen pedagoog. Toch geeft hij in zijn boek duidelijke tips voor de opvoeding. “Mijn onderzoek heeft me geleerd dat het geen zin heeft om te proberen fases versneld aan te leren. Je zag het aan Tibbe bij het knikkerspel. Hij ziet wat ik doe, maar kan het desondanks zelf niet. Veel mensen denken dat kinderen leren door imitatie. Dat is maar gedeeltelijk waar. Hun hersenen moeten eraan toe zijn voordat ze iets oppikken. Ik raad ouders daarom af hun kinderen versneld iets aan te leren. Dat kan namelijk tot faalangst leiden”.
Vervaet vindt dat we tegenwoordig in een psycho-fokindustrie leven. “Altijd maar weer proberen we elkaar te overtreffen door iets sneller te kunnen of meer te kunnen. Het onderwijs heeft daar ook een handje van. Het ministerie eist dat kinderen al op hun zesde moeten leren lezen en schrijven, terwijl ze daar op hun zevende of achtste pas echt aan toe zijn. Het gevolg is dat sommige kinderen geen zin meer hebben om te leren”.
Veel ouders zijn volgens Vervaet terecht ontevreden over het onderwijs. Daarom zijn er alternatieven gekomen zoals Montessori, de Vrije School en het Jenaplan. Recent zag Vervaet de Nova-documentaire over de Iederwijs-scholen, privéscholen waar kinderen zelf mogen bepalen wat ze doen (niets doen mag ook), waar ze geen proefwerken hebben en geen diploma halen.

“Het kinderhoofd is geen leeg vat waar je van alles in kunt stoppen”

“Iederwijs is een schijnoplossing voor een oneigenlijk probleem. Het Nederlandse onderwijssysteem is gebaseerd op de accumulatietheorie. Het kinderhoofd zou een leeg vat zijn waar je van alles in kunt stoppen. Jong geleerd is oud gedaan. Maar dat is niet zo. Door te jong iets aan te leren breng je trucjes bij en kweek je eventueel weerzin. Iederwijs slaat door naar de andere kant. Het gaat ervan uit dat een kind op zijn zesde al kan kiezen of het wil leren lezen of niet. Dat vind ik absurd. Onderwijs is ook cultuuroverdracht. Bepaalde vaardigheden hebben we gewoon nodig”.

“De Cito-toets haalt het onderwijs omlaag”

Vervaet heeft jarenlang de strijd aangebonden met het Cito – ‘een machtig bolwerk dat gebaseerd is op de principes van het positivisme’– maar is daar op een bepaald moment mee gestopt. “Mensen uit het onderwijs zeiden tegen me: ‘je hebt gelijk’. Maar niemand ging ermee aan de slag. Alle testen van Cito, de bekendste is de Cito-toets aan het einde van de lagere school, bestaan uit meerkeuzevragen, want daarmee kun je makkelijk rekenen. Maar meerkeuzevragen halen ons onderwijs omlaag”.
Volgens Vervaet zijn er maar twee soorten vragen: weetvragen en inzichtvragen. “Voor weetvragen zijn meerkeuzevragen overbodig. Iedereen moet gewoon weten wat de hoofdstad is van Bulgarije. Voor inzichtvragen zijn meerkeuzevragen zelfs schadelijk. Het goede antwoord op een inzichtvraag bestaat uit een toelichting. Dat gaat veel verder dan het kiezen van een van de vier antwoorden”.

Droom
Vervaet zou graag zien dat neurologen in de toekomst zijn theorie gaan gebruiken om de neurologische ontwikkeling van het kind te onderzoeken. “Mijn hypothese is dat een kind pas naar de volgende fase overgaat als daarvoor de juiste verbindingen zijn gelegd in de hersenen. Neurologen moeten dat met MRI (magnetic resonance imaging, red.) kunnen vaststellen. De proefjes die ik beschrijf zouden als startpunt voor dit onderzoek kunnen dienen”.
Een andere droom van Vervaet is dat zijn boek z’n weg vindt in de wereld van de kinderopvang. “Hoe beter je de fase van het kind kunt inschatten, des te beter kun je met het kind omgaan. Ik geef al jaren cursussen aan ouders. Dit jaar ga ik voor het eerst ook workshops geven aan kinderleidsters”.
Tot slot hoopt Vervaet dat zijn methode het op termijn zal winnen van het positivisme. “Ik zie het positivisme als een schip waarin de lading los ligt. Zolang het mooi weer blijft is er niks aan de hand. Maar als er een storm opsteekt zal de lading gaan schuiven en kan het snel afgelopen zijn. Dat kan nog drie jaar duren, maar ook dertig jaar. Thomas Kuhn schreef dat een oud paradigma pas plaats maakt als er een nieuw paradigma beschikbaar is. Ik weet zeker dat mijn onderzoek bijdraagt aan dit nieuwe paradigma”.

Groeienderwijs, psychologie van 0 tot 3. Ewald Vervaet. Amsterdam: Ambo, 2002, 237 pag., ISBN 9026317646, www.stichtinghistos.nl.

Cito: http://toetswijzer.kennisnet.nl

Dr Ewald Vervaet studeerde natuurkunde en psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na zijn promotie in 1986 gaf Vervaet cursussen aan diverse Volksuniversiteiten, aan de Academie Gradatim en was hij gastdocent ontwikkelingspsychologie bij pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. Vanuit Stichting Histos doet hij onderzoek naar de psychologische ontwikkeling van kinderen.

Klikt u hier als u naar de webstek van Natuurwetenschap & techniek wilt

Klikt u hier als u terug naar de Varia-pagina wilt

Klikt hier om naar het hoofdmenu te gaan